|
donderdag, 12 november 2009 11:29 |
|
"Ik bel u maar even. Die veertig jaar klopt niet, hoor. Voor de Tweede Wereldoorlog waren ze hier al bezig met de aanleg van de A4 Midden-Delfland. Rond 1935 zijn er zeker vijf boerderijen afgebroken in de Abtswoudse polder en is er grond onteigend." Wil Fransen (82) heeft een uitstekend geheugen. Ze vertelt hoe ze als tienjarige vaak op familiebezoek ging in het Westland. Haar vader was een van de weinige Nederlanders die in die tijd over een auto beschikten. Ze reden van hun woonplaats Kethel (Schiedam-Noord) richting Delft en zagen hoe de grond werd afgegraven en een bed van wilgentakken werd gevlochten tegen verzakking van de aan te leggen weg tussen Delft en Rotterdam.
"Daar zijn veel manuren in gaan zitten", weet Fransen. "Verzet van milieugroepen had je toen niet. Door het uitbreken van de oorlog is de aanleg gestagneerd. Later is de grond in de polder weer gelijkgemaakt met oorlogspuin van de stad Rotterdam." Fransen is gezien haar leeftijd opmerkelijk pittig. "Schandalig, zo lang als de aanleg van de A4 duurt", zegt ze strijdlustig. "En dat zo'n klein stukje weg dan ook nog eens zoveel geld moet kosten!" Samen met haar man heeft ze jaren een tuinbouwbedrijf gerund in De Lier. Eerst kweekten ze groente, later rozen. Nu woont ze in Wateringen en volgt ze het nieuws nauwgezet.
|