| Geschiedenis A4 Midden Delfand |
|
|
|
| woensdag, 19 maart 2008 22:48 |
|
Over de roerige geschiedenis van de A4 Midden Delfland zou een boek geschreven kunnen worden. Hieronder vindt u een bloemlezing dat op basis van verschillende bronnen is samengesteld.
Rijkstraatweg van Koning Willem I Hoewel vaak gedacht wordt dat de plannen over de A4 Midden Delfland terug gaan naar rond 1953, kunnen we niet voorbij gaan aan het feit dat in 1821 door Koning Willem I het "Rijkswegennet" werd vastgesteld waarin een weg met het nummer "4" was opgenomen, welke van Amsterdam, via Haarlem, Den Haag en Delft naar Hellevoetsluis liep. Als destijds deze weg was gerealiseerd had deze Midden Delfland doorsneden op de lijn van Delft naar Maassluis gelopen, de route van de huidige N468.
Plannen voor de Rijkswegen Hoewel er al rond 1953 aan de eerste plannen voor de aanleg van de zg. Zoomweg welke een verbindingsweg moest vormen tussen Den Haag en Bergen op Zoom. In 1960 werd in het zg. "1.200 kilometer plan" van de toenmalige verkeersminister Korthals, dat een aanvulling vormde op het Rijkswegenplan 1958, de weg voor het eerst in een officiëel plan opgevoerd. In 1965 nam de minister van Verkeer en Waterstaat hiertoe een tracébesluit. Begin jaren zeventig is vervolgens het zandlichaam gestort. In die jaren was er ook groot maatschappelijk protest tegen de aanleg van de weg. Nadien is de Reconstructiewet Midden-Delfland van kracht geworden en zijn er afspraken gemaakt over de inpassing van de weg.
In 1989 ging de Tweede Kamer akkoord met een voorstel van de minister voor de aanleg van de autosnelweg, maar deze plannen werden doorkruist door nieuwe Europese regelgeving met betrekking tot het opstellen van een Milieu Effect Rapportage (MER). Doordat delen van het traject in de gemeenten Schiedam en Schipluiden nog niet in het bestemmingsplan waren opgenomen,kon geen gebruik gemaakt worden van de overgangsregeling in de MER wetgeving.Er is daarom destijds toch besloten de MER procedure te doorlopen.
MER Procedure 1993-1996 Deze MER procedure is pas op 26 februari 1993 gestart. In 1996 was de MER gereed en op basis hiervan kozen de ministers ook in dat jaar voor een aanleg op maaiveld in de vorm van 2x3 rijstroken, waarbij de weg in eerste instantie aangelegd zou moeten worden met 2x2 rijstroken. Naar aanleiding van de politieke en maatschappelijke discussie die ontstond nadat de ministers dit standpunt bekendmaakten werd besloten vooralsnog geen Ontwerp Tracé Besluit (OTB) te maken.
In 1998 diende Tweede-Kamerlid Van Heemst (PvdA) een motie in waarmee het geld dat was gereserveerd voor aanleg van de A4 door Midden-Delfland beschikbaar kwam voor een treintunnel in Delft en voor een goede inpassing van de spoorverdubbeling in Abcoude – dat laatste in het kader van de corridor Amsterdam – Utrecht.
Weg naar Plan Noorder Medio 1998 heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland het initiatief genomen om de impasse te doorbreken. Als Provinciale Staten er mee zouden instemmen, was het de bedoeling om medio 1999 een basisplan af te ronden voor de aanleg waarbij zowel goede stedelijke oplossingen worden verkregen als een landschappelijk verantwoorde inpassing. Op basis van dit plan zouden financiers moeten worden gezocht, zodat tegen het jaar 2000 ook een financieringsplan op tafel ligt.
In april 1999 presenteerde de Hollandse Werkgeversvereniging (Tegenwoordig: VNO-NCW West) een plan tot aanleg van de Midden-Delflandroute volledig op basis van private financiering. In februari 2000 riep de Minister het bedrijfsleven op om met plannen te komen voor een snelle aanleg van de Midden-Delflandroute via publiek-private samenwerking. In september 2000 stelde de minister van Verkeer en Waterstaat opnieuw geld beschikbaar voor de aanleg van de A4 door Midden-Delfland, waarbij echter het uitgangspunt was dat de weg met particuliere middelen gefinancierd zou worden; de beschikbare 250 miljoen gulden (ca. €114 miljoen) zou alleen aangesproken kunnen worden als private aanleg toch nog onmogelijk zou blijken te zijn.
In juni 2001 werd bekend dat het provinciale plan om de weg aangelegd te krijgen spaak was gelopen, omdat de zes betrokken gemeenten niet wilden meewerken als niet volledig gegarandeerd zou kunnen worden dat de weg “niet te horen, niet te zien en niet te ruiken” zou zijn. Maar in september van dat jaar werd een nieuw alternatief met verdiepte ligging gepresenteerd - het zg. Plan Noorder - waar ook milieuorganisaties steun aan verleenden. Bij de bespreking van het MIT in december 2001 in de Tweede Kamer bleek er ook in de tweede Kamer steun te zijn voor dit plan. Op 14 februari 2002 ondertekenden de Ministeries van VenW en van VROM, de provincie Zuid-Holland en diverse gemeenten uit de regio, een convenant over de financiering en uitvoering van het plan-Norder. Daarbij werden de meerkosten van 175 miljoen gulden (ca. € 79 miljoen) geregeld en de daadwerkelijke uitvoering in 2005 afgesproken. Eind 2002 is daarom besloten de trajectnota/MER aan te vullen en te actualiseren. Deze studie is echter pas in 2004 van start gegaan.
MER Procedure 2004-heden In 2004 is er opnieuw aan een Trajectnota/MER procedure begonnen. Deze Trajectnota/MER wordt in twee stappen uitgevoerd:
In "Stap 1 zijn de A4 Midden Delfland, Verbrede A13 in combinatie met A13/A16 en de A54 en de A54 met Oranjetunnel met elkaar vergeleken. De A54 als los project en de A54 met Oranjetunnel zijn toen al vrij snel afgevallen, omdat deze varianten de problemen op de A13 in onvoldoende mate oplosten. Op 23 juni 2006 hebben minister Peijs, Gedeputeerde Martin van Engelshoven-Huls, Wethouders van de gemeenten Schiedam, Vlaardingen, Delft, Midden-Delfland, bestuurders van Stadsregio Rotterdam, Stadsgewest Haaglanden en Hoogheemraadschap van Delfland en vertegenwoordigers van VNO-NCW West, ANWB, LTO-Noord, Vereniging Natuurmonumenten, Milieufederatie Zuid-Holland, Stichting Woonplus het IODS convenant ondertekend, waarin de inpassingseisen voor dit ontbrekende deel van de A4 worden vastgelegd. In de zomer van 2006 heeft Arno Steekelenburg van de Milieufederatie Zuid-Holland een fout ontdekt in de gegevens van de verkeersmodellen, waardoor de aanleg heroverwogen moest worden. Het directe gevolg hiervan was dat de Trajectnota/MER stap 1 herzien moest worden en daardoor naast de A4 Midden Delfland ook de "Verbrede A13 met A13/A16" in het onderzoek meegenomen moest worden. Het was de bedoeling dat er rond de zomer van 2007 een definitief plan voor het traject zou liggen. In juni 2007 maakte minister Camiel Eurlings bekend dat er nieuwe aanvullende onderzoeken noodzakelijk waren. In januari 2008 heeft minister Eurlings zijn "bestuurlijke voorkeur" uitgesproken voor aanleg van de A4 Midden Delfland, maar tegelijkertijd ook aangekondigd dat in het vervolg van de MER procedure de varianten "A4 Midden Delfland" alsmede "Verbrede A13 met A13/A16" onderzocht zullen worden. Het is de verwachting dat begin 2010 een definitief (onherroepelijk) besluit tot aanleg van deze weg genomen zal worden en zonder vertraging moet uiterlijk 2011 worden begonnen met de aanleg. Naar verwachting kunnen in 2015 de auto's over de weg rijden.
|
Er zijn al meer dan
Vrienden van de A4!
Nog
tot de opening van de A4 Midden Delfland.
De Stichting Vrienden van de A4 is de eerste Nederlandse "fanclub" van een snelweg en is een spontaan initiatief van vier ondernemende burgers, die allen lid zijn van de regionale werkgeversvereniging
![]()